Plan B: over dieren, babies met Downsyndroom en Peter Singer

This article originally appeared in Huffington Post

De intrinsieke waarde van dieren

In 2010 gaf de Europese Unie een richtlijn uit, gericht op de bescherming van dieren in de wetenschap. De richtlijn erkent -terecht- de intrinsieke waarde van dieren en het belang van de bescherming en het welzijn. Zij bevat normen voor de verzorging en bescherming tegen blijvend letsel. Het verbiedt methoden die dieren ernstig pijn en leed toebrengen. In 2016 is het toepassingsgebied van deze richtlijn verruimt tot ‘foetale vormen van zoogdieren’. Wetenschappelijk bewijs toont aan dat procedures die op dierlijke foetussen worden uitgevoerd kunnen leiden tot pijn, leed en ellende, die -begrijpelijk- hun verdere ontwikkeling negatief beinvloeden.

Hazel-happy1.jpg

In april 2016 heeft het Europese Centrum voor Law and Justice (ECLJ) de realiteit van late termijn abortussen blootgesteld voor het Europees Parlement. Vaak gaat het hier om selectieve abortussen nadat er bij het ongeboren kind Downsyndroom of een andere ‘afwijking’ is vastgesteld. Omdat de zwangerschap in een vergevorderd stadium worden veel van deze baby’s levend geboren. Daarom worden in sommige Europese landen deze levendgeborenen vervolgens geïnjecteerd met een dodelijke vloeistof of verdronken. In andere landen worden ze aan hun lot overgelaten, om te sterven, zonder medische hulp. Er zijn gevallen gedocumenteerd waarbij pasgeborenen drie dagen hebben liggen worstelen alvorens te overlijden.

Een andere late termijn abortus methode die wordt gebruikt is de dilatatie en evacuatie (D & E) methode. Nederlandse hoogleraar verloskunde Frank Vandenbusche, vertelt in de Volkskrant hoe dat gaat. Terwijl de professor pleit voor een beperking van de abortustermijn, omdat deze procedure buitengewoon wreed is voor ongeboren baby’s, pleit hij voor een uitzondering als het om selectieve abortus voor een handicap gaat.

Een verbijsterende paradoxangora.jpg

De combinatie van het verlenen van meer rechten aan dieren, en minder aan mensen, is niet zo ongewoon als het op het eerste gezicht lijkt. Hoe verschrikkelijk de Nazi’s hun medemensen behandelden, was omgekeerd evenredig met de manier waarop ze dieren behandelden. Deze verbijsterende paradox was vooral duidelijk in verschillende concentratiekampen. Bekend als de Angora Project, dwong de SS, onder leiding van Heinrich Himmler, duizenden gevangenen om voor deze konijnen te zorgen. Wat het bijzonder wreed maakte was het feit dat de Nazi’s de konijnen oneindig veel beter behandelden dan de gevangenen. Terwijl miljoenen gevangenen werden uitgehongerd en stierven in de kampen, genoten de konijnen van hun eigen ruime hokken, compleet met dagelijkse voedzame maaltijden.

Beroemde dierenrechten activist en filosoof Peter Singer en Helga Kuhse schrijven in hun gezamenlijke boek ‘Moet de baby leven’?: “Wij denken dat sommige baby’s met ernstige handicaps moeten worden gedood.”. Deze twee Australiërs, naar wie VVD-senator Heleen Dupuis in haar boeken verwijst, vinden het onredelijk om het leven van een mens onaantastbaar te noemen enkel omdat hij tot de soort mens behoort.

De zwaarst gehandicapte baby” heeft minder bewustzijn dan een varken, koe of kip. De onaantastbaarheid van het leven heeft de mens er nooit van weerhouden varkens, koeien of kippen te doden. Dan mag de mens ook zwaar gehandicapte baby’s doden, concluderen Singer en Kuhse. Wie het daar niet mee eens is, discrimineert de dieren die meer bewustzijn hebben dan ernstig gehandicapte baby’s.”

“Het probleem van gehandicapte pasgeborenen”

peter-singerHet gaat er Singer niet in eerste instantie om de babies fysiek lijden te besparen, zoals sommige van zijn aanhangers wel schijnen te denken. Peter Singer wil ook een dodelijke injectie geven aan minder gehandicapte baby’s met Downsyndroom, spina bifida of een bloedziekte. “Het probleem is volgens hem eerder dat de gehandicapte baby’s “abnormaal” zijn en “geen goede vooruitzichten” hebben. Zo zouden mensen met het syndroom van Down volgens Singer niet, zoals “normale” mensen, kunnen “gitaar spelen, genieten van science fiction, een buitenlandse taal leren, met ons praten over de laatste Woody Allen-film, of een respectabele atleet, basketballer of tennisser zijn”. Een injectie dus voor iedereen die wellicht nooit zal kunnen voldoen aan de heersende kleinburgerlijke idealen over een zinvol of succesvol leven. Wie nooit zijn eigen belastingformulier zal kunnen invullen, verliest aldus zijn recht op leven.”

Peter Singer’s ‘praktische ethiek’ is, helaas, niet een vage filosofie, maar, zoals het woord zegt, ideeën gericht op praktische oplossingen voor problemen. Het sluit goed aan bij de herstructurering en rationalisering van de zorgsector, die het hoofd moet bieden aan snel oplopende kosten van de gezondheidszorg door het groeiend aantal hoogtechnologische behandelingsmethoden. Voor beleidsmakers komt Singer als geroepen, met zijn “objectieve” maatstaven voor de indeling in “personen” en “non-personen”. Singer definieert personen met een handicap als een probleem, in plaats van de sociale interactie met hen. Dat maakt zijn ideeën gevaarlijk.

Peter Singer was oprichter en voorzitter van de Internationale Vereniging van Bio-ethiek (IAB). Hij besliste tot dit initiatief, nadat hem in Duitsland het spreken werd belet. Hij wilde een vereniging waarin vrijheid van spreken centraal moest staan, zeker in de moeilijke materies waar de bio-ethiek zich mee bezighoudt. Onder`vrijheid van spreken’ verstond hij vooral het doortrekken van het zelfbeschikkingsrecht naar medisch-ethische kwesties zoals euthanasie, het doden van zwaar gehandicapte pasgeborenen als ‘recht’ van de ouders en het gebruik van organen van patiënten in vegetatieve toestand. Hij kreeg onmiddellijk hulp van de Nederlandse Gezondheidsraad en kon begin 1990 in Amsterdam zijn eerste congres organiseren. Ondertussen heeft de IAB meer dan 1000 in 40 landen en verzorgt de inhoud voor ethische kwesties zoals het doden van wilsonbekwame babies en volwassenen, foetaal en genetisch onderzoek, etc. De IAB adviseert de Gezondheidsraad, die op haar beurt weer de Nederlandse regering adviseert, die vrijwel al deze adviezen letterlijk overneemt.

Het zal dus ook niet als verbazing komen dat Peter Singer nog steeds nauwe politieke banden onderhoudt met Nederland. Zo werkte Peter Singer bv. samen met voormalig VVD-lid Paul Cliteur en lijstduwer voor Partij van de Dieren.

Frits Wester, RTL Nieuws, legt Marianne Thieme, lijsttrekker Partij van de Dieren de vraag voor gesteld door Tefke Dannijs, Downpride, wat zij vindt van Peter Singers’ ideeen over gehandicapte kinderen.

Marianne van de PvdD, laat zich lovend uit over Peter Singer: “Peter Singer helpt ons mee om de aandacht te vestigen op onze documentaire de Haas in de Marathon, een film over tien jaar Partij voor de Dieren. Geweldig! Deze wereldberoemde Australische Peter Singer is hoogleraar bio-ethiek aan Princeton University, filosoof en één van de grondleggers van het ethisch afwegingskader rondom dierenrechten. Hij is voor ons een grote bron van inspiratie!”

Dat je als partij voor diversiteit bent is niet geloofwaardig als je als partij leunt op denkbeelden van een filosoof die voor selectief bestaansrecht, gebaseerd op ‘bewustzijn’, is.

Hoe is het mogelijk dat we het belang inzien van de bescherming en het welzijn van (ongeboren) dieren, maar blind zijn voor de menselijkheid en het leed van ongeboren kinderen die ‘afwijken’ van wat sommigen als ‘norm’ definieren? Waarom wordt dezelfde wetenschap niet gebruikt om ongeboren kinderen en hun moeders te beschermen tegen leed en discriminatie?

Waarom laten we liever pasgeborenen achter gesloten ziekenhuisdeuren worstelen met de dood, dan dat we dit politieke taboe in de openheid bespreken. En tenslotte; wat zegt dat over onze samenleving?

If we want our species to survive, if we are to find meaning in life, if we want to save the world and every sentient being that inhabits it, love is the one and only answer – Albert Einstein

De hoogste tijd voor Plan C

Ik ben Renate Lindeman, moeder van twee geweldige kinderen met Downsyndroom, woordvoerster van Downpride en deel van het Internationale ‘Saving Down’ team.

Downpride heeft het Nederlandse screeningsbeleid ingediend bij de Verenigde Naties omdat het discrimineert tegen mensen met Downsyndroom en hun families. Meer informatie op deze site.

Daarnaast zijn wij een Internationale petitie gestart om de aandacht te vestigen op de effecten van NIPT op de groep mensen met Downsyndroom.